Achtergrond inleiding

Tijdens de peuter- en kleuterjaren zien we het jonge kind, als hij op de juiste wijze wordt gestimuleerd, met sprongen vooruit gaan in zijn ontwikkeling. Onderzoek van De Haan en Leseman (2011) laat echter de noodzaak zien van leidsters en leraren die op de hoogte zijn van de specifieke pedagogisch-didactische benadering van het jonge kind, zodat deze ontwikkeling ook daadwerkelijk tot stand komt.

Het kind in de kleuterfase ontwikkelt zich op een geheel eigen manier. Het spel neemt hierbij een belangrijke plaats in. In het spel komen alle ontwikkelingslijnen samen. Er worden geen vakken gegeven, maar leraren hebben de ontwikkelingslijnen van alle ontwikkelingsgebieden goed in het hoofd, zodat zij een rijke leeromgeving kunnen creëren. Leerkrachtvaardigheden, zoals bijvoorbeeld werken in kleine kringen en uitlokken van interacties, zijn hierbij noodzakelijk. Tijdens de opleiding worden deze vaardigheden planmatig en in relatie met de praktijk uitgewerkt. Het opzetten van een lerend netwerk binnen het (onderbouw)team van de school of met een voorschool maakt deel uit van de opleiding. Samen werken en samen leren is de basis van goed onderwijs. De opleiding is praktijkgericht met een gefundeerde theoretische onderbouwing. Van de studenten wordt verwacht dat zij werken vanuit eigen leervragen. Tijdens de bijeenkomsten wordt gewerkt met eigen casuïstiek van de studenten.

Doel van de opleiding 
Je bent in staat een beargumenteerd onderwijsaanbod voor het jonge kind te ontwikkelen en vorm te geven in de praktijk. Je doet dit vanuit een onderbouwde visie op de ontwikkeling van jonge kinderen. Je kent de leerlijnen en weet hoe de ontwikkelingen van het jonge kind te observeren en te registreren in een leerlingvolgsysteem. Op grond van de signalering ben je in staat groepsoverzichten en plannen voor de groep te maken, met oog voor de eigen pedagogisch-didactische aanpak van het jonge kind. Door het opzetten van een lerend netwerk leer je hoe je binnen je team kennisoverdracht kunt realiseren.

Inhoud en programma van de opleiding
De opleiding bestaat uit een algemeen deel en een specifiek deel. Alle deelnemers volgen het algemene deel. Op grond van eigen leervragen kiezen deelnemers twee inhoudelijke onderwerpen die zij binnen leerteams en in de praktijk uitwerken. De doelstellingen van de post-hbo-opleiding Jonge Kind Specialist zijn gebaseerd op het competentieprofiel jonge kind (Docentennetwerk Specialisten Jonge kind, 2008) en het Utrechts kwaliteitskader voor educatie van het jonge kind (2012).

De doelstellingen worden uitgewerkt in de volgende onderwerpen:

  • visies op onderwijs aan het jonge kind
  • observatie en signaleringssystemen en -technieken in relatie tot de leerlijnen
  • de specifieke pedagogisch-didactische benadering van het jonge kind
  • leerkrachtvaardigheden die nodig zijn bij de ontwikkeling van het jonge kind
  • passend onderwijs (handelingsgericht en opbrengstgericht werken, groepsoverzichten en –plannen in relatie tot de pedagogisch didactische benadering van het jonge kind)


Onze werkwijze
Werken in leerteams maakt deel uit van de opleiding. Daarnaast kiest elk leerteam een van de volgende thema’s voor onderzoek en verdieping:

  • sociale media en kleuters
  • creativiteit / muziek
  • bewegingsactiviteiten /sensomotorische ontwikkeling
  • wereldoriëntatie

De uitkomsten van de onderzoeken worden geïntegreerd in het aanbod op het gebied van taal en rekenen. Kennisoverdracht vindt plaats doordat de leerteams de eindresultaten van het onderzoek/de verdieping aan elkaar presenteren.

Voor wie is de opleiding geschikt
Leerkrachten onderbouw basisonderwijs, pedagogisch medewerkers binnen de kinderopvang of peuterspeelzalen met een relevante hbo-opleiding (pabo, pedagogiek, enz.). De specialist jonge kind is hiermee dan ook bij uitstek geschikt voor een taak als bijvoorbeeld onderbouwcoördinator op een basisschool. Ook kan hij als een belangrijk aanspreekpunt fungeren, in de samenwerking tussen voorschoolse periode en het basisonderwijs. De opleiding is praktijkgericht met een gefundeerde theoretische onderbouwing. Van de deelnemers wordt verwacht dat zij werken vanuit eigen leervragen.

Kern- en gastdocenten
Ria Colenbrander, Hogeschooldocent Katholieke Pabo Zwolle

Studiebelasting en omvang van de opleiding
15 bijeenkomsten van 3,5 uur verdeeld over 1,5 jaar. (Totale studiebelasting is 350 uur).

 

Verplichte en aanbevolen literatuur

  • Brouwers, H. (2010). Kiezen voor het jonge kind. Bussum: Coutinho.
  • Eichhorn, J. (2011). Zorg voor kleuters. Huizen: Pica.
  • Keuzeliteratuur

Kosten
€ 2.480,- exclusief literatuur en catering.

Planning
De opleiding start jaarlijks in september.

De opleiding vindt plaats op woensdagen van 15.00 uur tot 19.00 uur, inclusief diner.
Zie hier het rooster

Diplomering en lerarenregister
Als alle opdrachten met een voldoende beoordeling zijn afgerond, ontvangt de deelnemer het diploma post hbo Specialist Jonge Kind. Het bachelor-master stelsel in het hoger onderwijs in Nederland onderscheidt masteropleidingen met een wetenschappelijke of een professionele oriëntatie en post-hbo opleidingen geregistreerd bij het Centrum voor Post-initiële opleidingen Nederland.  

Registerleraar.nl
Deze opleiding is gevalideerd door www.registerleraar.nl. Dit is het beroepsregister voor leraren in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en speciaal (voortgezet) onderwijs. 

Jonge kind code wnksovVShK

CPION geregistreerd
Deze opleiding is geregistreerd bij de Stichting Post Hoger Beroeps Onderwijs Nederland. Je ontvangt na afronding het diploma Post HBO Nederland en wordt ingeschreven in het Abituriëntenregister.

1

Meer informatie
Voor meer informatie kun je contact opnemen met het Centrum voor Ontwikkeling: 038 – 4257620 of mail ons.

Voorlichtingsbijeenkomsten master- en post-hbo-opleidingen KPZ 2015-2016
Klik hier voor de data en tijden van de voorlichtingsbijeenkomsten. 

Aanvullende informatie
Geen lerarenbeurs. Maar wel compensatie mogelijk!
Sinds 2012 komen (kortlopende) opleidingen, zoals de geaccrediteerde post-hbo-opleidingen, niet meer in aanmerking voor de lerarenbeurs. Wat zijn dan de persoonlijke mogelijkheden op compensatie, als de werkgever de studiekosten niet (volledig) betaalt? Uitgaven aan de studie, zoals lesgeld en de uitgaven voor boeken, vakliteratuur en bijvoorbeeld laptop, mag je bij de belastingaangifte aftrekken als persoonsgebonden aftrek.
Concreet betekent dit dat boven de drempel van € 250,- de kosten afgetrokken mogen worden. Een rekenvoorbeeld: voor een opleiding van  € 2.000,-  betaal je netto € 1.015,- (als je in de belastingschijf van 42% valt). Voor meer informatie zie de website van belastingdienst.