Een lectoraat is een onderzoeksgroep aan een hogeschool die op een maatschappelijk relevant terrein de verbinding legt tussen onderzoek en de praktijk van het onderwijs. Het lectoraat wordt geleid door een lector die van de voorzitter van het College van Bestuur van de hogeschool een leeropdracht heeft gekregen. Aan het lectoraat is een kenniskring verbonden die gezamenlijk onderzoek doet. De kenniskring bestaat uit docenten, studenten, deskundigen op het gebied van de leeropdracht en vertegenwoordigers uit het werkveld.

De lector van de KPZ heeft als leeropdracht Reflectie en Retorica. Het lectoraat maakt deel uit van het KPZ Onderzoekscentrum. De huidige lector geeft tevens leiding aan het onderzoekscentrum.

Sinds de aanstelling van lectoren, is de taak van een lector is drieledig: het doen van onderzoek, het geven van onderwijs en het professionaliseren van docenten.

Dat betekent dat de lector:

  • onderzoek doet en daarmee de kenniscirculatie en kennisontwikkeling binnen hbo-instellingen versterkt;
  • de externe oriëntatie verbetert door samen te werken met onderzoekscentra en partijen uit het werkveld;
  • op grond van zijn leeropdracht zorgt voor curriculumvernieuwing;
  • docenten professionaliseert in het doen van onderzoek.

De eerste lectoren zijn in 2002 aangesteld, sinds oktober 2007 heeft de KPZ een lector Reflectie en Retorica, dr. Ietje Pauw.

Het lectoraat van een hogeschool heeft als opdracht onderzoek te doen op een maatschappelijke relevant terrein. Voor een pabo betekent dit dat het lectoraat praktijkkennis zal moeten ontwikkelen die relevant zal zijn voor de opleiding, het werkveld en daarmee voor de leerlingen van de basisschool.

Het lectoraat van de KPZ heeft de opdracht om wetenschappelijk praktijkgericht onderzoek te doen naar mogelijkheden en methoden ter verheldering en versterking van de professionele identiteit van de (aanstaande) (basisschool)leraar en de lerarenopleider door de verbetering van diens (retorische) taalvaardigheid en diens vermogen tot (zelf)reflectie. Het is gebaseerd op de dissertatie van Pauw (2007), getiteld: De kunst van het navelstaren. De didactische implicaties van de retorisering van reflectieverslagen op de pabo. Een exploratieve studie.

Het lectoraat heeft conform zijn opdracht in de afgelopen vier jaar een bijdrage geleverd aan de kennisvermeerdering en kennisdeling op het gebied van reflectie en retorica. Concreet betekent dit dat er een bijdrage geleverd is aan:

  • een didactiek narratieve reflectie voor het curriculum reflectie (leerlijn reflectie);
  • het curriculum onderzoek (leerlijn onderzoek);
  • een didactiek verhalen vertellen, verzinnen en schrijven op de basisschool in de groepen 5, 6 en 7;
  • de professionele ontwikkeling van docenten m.b.t. narratieve reflectie;
  • de professionele ontwikkeling van docenten m.b.t. retorica in de zin van bewustwording van de problematiek rond het aanleren van professionele taal, pabotaal.

Het lectoraat biedt in de ogen van de voorzitter van het College van Bestuur voldoende potentie voor een tweede termijn. Zowel op het gebied van reflectie als op het gebied van retorica liggen onderzoeksmogelijkheden. Deels omdat het gebied nog maar ten dele verkend is en verdere exploratie behoeft, bijvoorbeeld de relatie tussen pabotaal en de kennisbases en de relatie tussen pabotaal en de algemene woordenschat van aanstaande leraren, deels omdat uitbreiding van het thema mogelijk is, bijvoorbeeld de verhalendidactiek uitbreiden naar zowel groep 8, als naar de groepen 1 t/m 4. Ook het curriculum onderzoek kan nog verdiept en verbreed worden.

De lector verdiept het onderzoek naar de drie lectoraatsprojecten reflectiedidactiek, pabotaal en verhalendidactiek in die zin dat er sprake is van:

  • longitudinaal onderzoek naar de ontwikkeling van narratieve en retorische structuren in het reflectieverslag;
  • longitudinaal onderzoek naar pabotaal in relatie tot de kennisbases van de verschillende vakken;
  • longitudinaal onderzoek naar de kennis en toepassing van narratieve en retorische structuren in verhalen van basisschoolleerlingen.

Het lectoraatsonderzoek wordt uitgebreid:

  • m.b.t. de reflectiedidactiek met een longitudinaal onderzoek naar de relatie tussen het schrijven van reflectieverslagen en de professionele identiteit en met de reflectiedidactiek voor het derde en vierde jaar;
  • m.b.t. pabotaal met een longitudinaal onderzoek naar de relatie tussen de pabotaal en de algemene woordenschat van studenten;
  • m.b.t. de verhalendidactiek met een longitudinaal onderzoek naar de onderbouw van de basisschool en naar groep 8 van de basisschool en een onderzoek naar de verbreding van de narratieve benadering naar andere schoolvakken.

Daarnaast krijgt de lector de opdracht om het KPZ Onderzoekscentrum te ontwikkelen, waarin naast wetenschappelijk praktijkgericht onderzoek op het gebied van reflectie en retorica ook onderzoek wordt verricht op de terreinen rekenen & wiskunde en vernieuwende onderwijsconcepten. Tot nu toe opereerde het lectoraat m.b.t. reflectie vooral in de initiële opleiding. Voor zittende leraren kan de narratieve reflectiedidactiek ook zeer waardevol zijn, dit betekent een heroriëntering op de didactiek. Inmiddels is een start gemaakt met het introduceren van ontwerpgericht onderzoek in academische scholen. Deze aanpak lijkt succesvol, maar nader onderzoek zal dit moeten uitwijzen.

 

Leden en activiteiten

Leden van de Kenniskring

De lector, dr. Ietje Pauw, geeft leiding aan vier hogeschooldocenten in de kenniskring, die elk hun eigen taak hebben. Daarnaast geeft de lector indirect leiding aan de studenten en leraren van de basisscholen die participeren in de verschillende opdrachten.
De kenniskring bestaat uit: Ben Bouwhuis, drs. Michelle Gemmink en dr. Wenckje Jongstra. Daarnaast participeren twee studenten, twee deskundigen uit het werkveld en twee deskundige universitaire onderzoekers in de kenniskring.

Onderzoeksactiviteiten

Er zijn drie lectoraatsprojecten, namelijk: reflectiedidactiek, pabotaal en verhalendidactiek. Sinds 2007 wordt onderzoek gedaan naar:

  • de ontwikkeling van narratieve en retorische structuren in het reflectieverslag;
  • pabotaal in relatie tot de kennisbases van de verschillende vakken;
  • de kennis en toepassing van narratieve en retorische structuren in verhalen van basisschoolleerlingen.

In 2011 is het lectoraatsonderzoek uitgebreid:

  • m.b.t. de reflectiedidactiek met een longitudinaal onderzoek naar de relatie tussen het schrijven van reflectieverslagen en de professionele identiteit en met de reflectiedidactiek voor het derde en vierde jaar;
  • m.b.t. pabotaal met een longitudinaal onderzoek naar de relatie tussen de pabotaal en de algemene woordenschat van studenten;
  • m.b.t. de verhalendidactiek met een longitudinaal onderzoek naar de onderbouw van de basisschool en naar groep 8 van de basisschool en een onderzoek naar de verbreding van de narratieve benadering naar andere schoolvakken.

Dr. Wenckje Jongstra participeert in het onderzoek naar de reflectiedidactiek, drs. Michelle Gemmink in het onderzoek naar pabotaal en Ben Bouwhuis in het onderzoek naar de verhalendidactiek.

Scholingsactiviteiten

Docenten worden geschoold in het geven van de reflectielessen, het begeleiden van het onderzoek van de studenten en het zelf uitvoeren van onderzoek.

Onderwijsactiviteiten

De lector is verantwoordelijk voor de kwaliteit en de uitvoering van de leerlijn reflectie en de leerlijn onderzoek.

Publicaties

De volgende publicaties zijn verschenen: