Achtergrond inleiding

De opleiding bestaat uit de funderende en de profilerende fase. Op deze staat informatie over het lesaanbod.

Lesaanbod vierjarige deeltijdopleiding
In de funderende fase staan de schoolvakken en de didactiek van deze vakken centraal. Het aanbod in de lessen is afgestemd op het doel van de periode. De vakken waarin je les krijgt zijn pedagogiek/onderwijskunde, taal, rekenen & wiskunde, wereldoriëntatie waaronder aardrijkskunde, geschiedenis en natuur en techniek, beeldende vakken zoals tekenen en handvaardigheid, expressievakken zoals muziek en drama, bewegingsonderwijs en schrijven. Ook krijg je vakken die cultureel maatschappelijk georiënteerd zijn en natuurlijk godsdienst & levensbeschouwing.

In de profilerende fase mag je steeds meer eigen keuzes maken in de verschillende trajecten die je kunt volgen. Je richt je op het ‘tegemoet komen aan de diverse onderwijsbehoeften van leerlingen’ en je geeft ‘onderwijs in verschillende contexten’. Tenslotte laat je in het vierde studiejaar zien dat je alle competenties hebt bereikt. Je richt je op de professionele identiteit en het doen van praktijkgericht onderzoek.

Lesaanbod verkort traject
In het eerste semester van je studie oriënteer je je op de taak van de leerkracht. Je richt je op het ‘ontwerpen van een les waarbij de instructie aansluit bij de (onderwijs)behoeften van de groep’. In het tweede semester richt je je op het ‘ontwerpen en uitvoeren van ontwikkelingsgerichte onderwijsactiviteiten’.

In het derde semester van je studie richt je je op het ‘tegemoet komen aan de diverse onderwijsbehoeften van leerlingen’. Gedurende het laatste semester richt je je op de ‘professionele identiteit’ en laat je zien dat je alle competenties hebt behaald.

Het aanbod in de lessen is afgestemd op het doel van de periode. De vakken waarin je les krijgt zijn pedagogiek/onderwijskunde, taal, rekenen & wiskunde, wereldoriëntatie waaronder aardrijkskunde, geschiedenis, natuur en techniek, beeldende vakken zoals tekenen en handvaardigheid, expressievakken zoals muziek en drama, bewegingsonderwijs, schrijven. Ook krijg je vakken die cultureel maatschappelijk georiënteerd zijn en natuurlijk godsdienst & levensbeschouwing. In de eerste twee semesters staat het lesaanbod vast, in de laatste twee semesters mag je steeds meer eigen keuzes maken in de verschillende trajecten die je kunt volgen. 

Specialisaties
Vanaf het vierde semester ga je steeds meer je eigen keuzes maken. Je kiest voor een leeftijdsspecialisatie (jonge of oudere kind). Daarnaast kun je allerlei aanvullende diploma's behalen. 

Toetsing en beoordeling
Iedere module die je krijgt heeft doelen waaraan je moet voldoen. Toetsing vindt plaats in de vorm van een tentamen, presentatie, werkstuk, voordracht of een toetsvorm die past bij een bepaald vak. De inhoud en de toetsing van de modules staat beschreven in de periodeboeken. Elke module heeft de waarde van één of meer credits. Deze credits worden geregistreerd zodat je zelf kunt bijhouden welke credits je hebt behaald in een bepaalde periode. 

Voor iedere eerstejaars pabo-student zijn er verplichte entreetoetsen reken- en taalvaardigheid. Dit zijn beeldschermtoetsen. Je kunt gedurende het eerste jaar maximaal drie keer aan een entreetoets deelnemen. Heb je de toets na drie kansen niet behaald, dan mag je de opleiding niet vervolgen en krijg je een negatief bindend studieadvies. Dit is landelijk bepaald.

Begeleiding
Goede begeleiding tijdens studie en stage vindt de KPZ erg belangrijk.

  • De studieloopbaanbegeleider zorgt voor directe studiebegeleiding via contacturen die in het rooster zijn ingepland. Je wordt geïnformeerd over de organisatie en de inhoud van de opleiding, je bespreekt ervaringen naar aanleiding van de stage en je wordt begeleid in je studieplanning. In pabo 3 en 4 verandert de rol van studieloopbaanbegeleider in intervisor en supervisor, waarbij de begeleiding steeds meer accent krijgt op jouw eigen ontwikkeling.
  • De vakdocenten zijn verantwoordelijk voor theorie en praktische vaardigheden. Ze bereiden je goed voor op de stage.
  • Bij de stage zijn de rayondocent en de mentor van de stageschool belangrijk voor jouw functioneren in de stageklas.
  • Tenslotte houdt de opleidingsmanager het totaaloverzicht over het functioneren van studenten in een bepaalde fase.